'Jukebox', een nieuw ZKV door A.L. Snijders om 8.45

24-07-2012 08:45

 

Jukebox

De Gaststätte van een sportveldencomplex aan de rand van Salzburg. Buiten. Een lichte zomeravond. De jukebox staat in de open lucht, naast de deur. Op het terras van tafel tot tafel diverse gasten, Hollanders, Engelsen, Spanjaarden, die in hun respectieve talen met elkaar praten, want het café bedient ook de aanliggende camping, voor het vliegveld. Het is begin jaren tachtig, de luchthaven is nog niet 'Salzburg Airport', het laatste toestel bij zonsondergang geland. De bomen tussen terras en sportterrein zijn berken en populieren, in de warme lucht een onophoudelijk gewemel van bladeren tegen de diepgele hemel. Aan een tafel zitten de autochtonen, de leden van de 'Arbeitersportverein Maxglan' met hun vrouwen. Het voetbalelftal, toen nog in de tweede liga, heeft 's middags weer een wedstrijd verloren en zal waarschijnlijk degraderen. Nu 's avonds echter praten de desbetreffenden, terwijl er bij het buffetluik een voortdurend komen en gaan is – van de tenten heen en terug –, op een zeker moment ook over de bomen. Ze nemen daarbij in ogenschouw: hoe groot zijn ze geworden en wat recht zijn ze gegroeid sinds zij, de leden van de vereniging, de scheuten indertijd met zijn allen en eigenhandig daarginds uit de zwarte veengrond hebben uitgegraven en in rijen in de bruine leemgrond hier hebben geplant! Het lied dat de jukebox buiten, met in de pauzes het ruisen en ritselen van de bladeren en het monotone van de stemmen, op die avond telkens weer in het geleidelijke donkerworden laat weerklinken, wordt met energieke stem gezongen door Helen Schneider en heet 'Hot Summer Nites'. Het café zelf is daarbij helemaal leeg en voor de open ramen waaien de witte gordijnen naar binnen. Dan zit er op een gegeven moment toch iemand in de hoek, een jonge vrouw, geluidloos huilend.

Dit lees ik voor in een boekhandel in IJmuiden. Als ik na afloop naar het station loop, word ik ingehaald door een jonge vrouw uit het publiek. Ze zegt dat zij de huilende vrouw was. Dat kan niet, zeg ik, het is een passage uit 'Essay over de jukebox' van Peter Handke, uit 1990. Ik dacht dat het een verhaal van uzelf was, zegt ze. Ik heb aan het begin van de avond gezegd dat ik ook iets van Handke zou voorlezen, u kwam later binnen als ik me goed herinner. Ze knikt, ze zegt dat ze graag die vrouw had willen zijn. Dat begrijp ik wel, ik had ook graag madame Bovary willen zijn, maar toen ik las dat Flaubert daar zelf aanspraak op maakte, heb ik dat idee laten varen.

Kies een audio fragment